| Tilburgs SP Nieuws 2005 |
Verantwoordelijkheid nemen
voor een werkende stad
Voorstel gemeentelijk werkgarantieplan
Inleiding
Veel Tilburgers staan aan de kant: zonder werk, zonder behoorlijk inkomen,
zonder voldoende dagelijkse sociale contacten en vooral zonder uitzicht
op verbetering. Verplicht om te solliciteren reageren tientallen of honderden
op dezelfde schaarse passende vacature en op één na worden
ze allemaal afgewezen. Tegelijkertijd zien we dat erg veel werk in Tilburg
blijft liggen. Burgers klagen massaal en terecht over het slechte onderhoud
van straten, pleinen en parken, over de verloedering van de stad , tekort
aan gelegenheden voor sociale activiteiten en het tekort aan toezicht.
Iets klopt er niet met dit plaatje. Mensen worden buitengesloten en staan aan de kant terwijl er eigenlijk juist heel veel werk aan de winkel is. Dat moet veranderen.
Tekortschietend werkgelegenheidsbeleid
Het werkgelegenheidsbeleid in Tilburg schiet blijkbaar tekort. Het resultaat
is althans dat nog altijd duizenden mensen zonder werk zitten. De nadruk
in het huidige beleid om werkgelegenheid te stimuleren ligt veel bij
het aantrekken van nieuwe bedrijven. Dat lukt maar ten dele, en bovendien
levert dat blijkbaar niet altijd het soort werkgelegenheid op waar
Tilburgers iets aan hebben. Met name lager opgeleiden komen steeds
moeilijker aan de bak omdat juist hún soort werk wel verdwijnt
naar het buitenland, maar niet terugkomt met die nieuwe bedrijven.
Mensen zonder baan worden gedwongen te solliciteren op banen die er niet zijn, worden hergeschoold, bijgeschoold en nageschoold voor banen die er niet zijn of voor niveaus die zij niet kunnen halen. Reïntegratiebedrijven ontvangen miljoenen belastinggeld om deze mensen te begeleiden naar banen die al bestaan: in het beste geval zorgen zij ervoor dat Pietje de klus krijgt in plaats van Jantje, maar voor meer werk zorgt het niet. Werklozen wordt gewezen op hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ een baan te zoeken die meer betaald dan een bijstandsuitkering, maar de enige vijver waar ze uit kunnen vissen is het aanbod bestaande banen op de markt. Dat blijkt ontoereikend.
Daarnaast werden de afgelopen decennia tal van experimenten opgezet om mensen met subsidie onder te brengen bij het bedrijfsleven. Reguliere banen werden daardoor niet zelden omgezet in gesubsidieerde banen, waardoor evenveel mensen hetzelfde werk bleven doen maar daar minder voor betaald kregen. Ook vond door deze maatregelen verdringing van vrijwilligerswerk plaats. Soms werden extra banen gecreëerd, maar dat waren de functies die als eerste weer verdwenen bij een economisch dipje en die in ieder geval slechts zo lang bleven bestaan als de subsidie reikte.
Werk zat!
Burgers én politici hebben weinig moeite om tientallen zaken op
te noemen die in Tilburg aangepakt zouden moeten worden en dingen die
beter of sneller moeten gebeuren. Met name op de terreinen onderhoud,
toezicht en sociale activiteiten worden grote gaten geconstateerd. Wijkcentra
zijn maar de halve tijd geopend, jongerenwerk vindt slechts op een aantal
plekken in de stad plaats. Speelveldjes liggen er verkommert en eenzaam
bij. Rommel en graffiti blijven weken liggen of staan en lokken verdere
verloedering uit. Straten en pleinen liggen schots en scheef en om de
zoveel jaar moet de gemeente miljoenen uittrekken voor een ‘inhaalslag’.
Steeds meer mensen voelen zich onveilig, of dat nou terecht is of niet.
Wat in ieder geval waar is, is dat het ontbreekt aan voldoende toezicht.
Fietsenstallingen, parken, speeltuinen, stations, maar ook gewoon in
buurten en wijken en in de binnenstad, op al die plaatsen zou een zekere
mate van toezicht wonderen kunnen doen. Er wordt minder gestolen en gesloopt,
mensen voelen zich veiliger en weten dat ze iemand kunnen aanspreken
op mogelijke problemen.
Kortom, er is werk zat!
In een poging dat werk toch gedaan te krijgen concentreert het beleid zich op het verschuiven van geld van de ene prioriteit naar de andere, zodat gaten met gaten gevuld worden. Vijftien jaar geleden ‘milieu’, vijf jaar geleden ‘leefbaarheid’, nu ‘veiligheid’. Soms in korte projecten, soms in meer duurzame aandacht, maar meestal ten koste van elkaar. En al die tijd blijft er volop werk liggen en blijven volop mensen inactief aan de kant staan.
Aandacht verleggen van banen naar werk
Blijkbaar is het huidige beleid ontoereikend: deze manier van denken
en werken krijgt het niet voor elkaar om inactieve mensen duurzaam
te koppelen aan werk dat moet gebeuren. De oorzaken zijn ongetwijfeld
divers. Maar in de achterliggende gedachten zitten veel overeenkomsten.
De aandacht gaat voornamelijk uit naar de vrije markt, de arbeidsmarkt,
waarop het allemaal moet gebeuren. Onder ‘reguliere banen’ wordt
slechts werk verstaan dat door het bedrijfsleven als winstgevend genoeg
wordt gezien. Mensen die werk moeten zoeken mogen eigenlijk alleen
bestaande banen zoeken. En dan missen ze dus al het werk dat niet gebeurd.
Pogingen om mensen aan het werk te helpen worden alleen als succesvol
gekwalificeerd voor zover het mensen naar dit soort reguliere openstaande
vacatures leidt. Het opleiden of omscholen van mensen gebeurd ook alleen
met het oog op het invullen van bestaande vacatures, daar ‘waar
vraag naar is’. Althans, daar waar bestaande banen bestaan. Want
de ‘vraag’ is veel breder dan dat.
Nieuw beleid moet haar aandacht verleggen. De vijver aan werk om uit te vissen bestaat niet meer alleen uit de bestaande betaalde reguliere banen. We moeten meer gaan denken in termen van ‘werk’ in plaats van ‘banen’. Want elk zinvol werk is tenslotte zinvol werk. De vraag daarnaar is dan veel breder dan de openstaande vacatures. Dan vallen al die taken waarvan zowel burgers en politici terecht vinden dat die gedaan moeten worden binnen de mogelijkheden. Dan blijkt er plotseling meer dan genoeg werk te zijn, en bovendien het soort werk dat beter aansluit bij de capaciteiten van het Tilburgse arbeidspotentieel.
Nieuw beleid moet ook meer rekening houden met de mogelijkheden en onmogelijkheden van Tilburgers. Niet élke werkgelegenheid past ongelimiteerd bij onze stad. Veel handwerk is verdwenen en veel kantoorwerk is daarvoor in de plaats gekomen. Dat is deels een niet te stoppen ontwikkeling en sluit deels zeker ook aan bij het toegenomen opleidingsniveau van burgers vergeleken met vijftig jaar geleden. Maar het sluit niet naadloos aan. Niet alle Tilburgers hebben een theoretische opleiding of de mogelijkheden daartoe, en ook in de toekomst zullen niet alle Tilburgers in die sector aan de slag kunnen. We moeten voorkomen dat we deze groep in toenemende mate aan de kant laten staan ‘omdat er geen banen voor hen zijn’. Want dan creëren we een structurele onderlaag in de samenleving die nooit meer het vooruitzicht op maatschappelijke deelname zal hebben. Nieuw werkgelegenheidsbeleid zal zich dan ook deels moeten richten op het behouden een aantrekken van handarbeid waarnaar in Tilburg vraag is gezien het arbeidspotentieel. Maar dat zal niet genoeg zijn. Al was het alleen maar om te voorzien in voldoende goede banen voor lager opgeleiden om uitsluiting te voorkomen, zouden we ook beleid moeten hebben om die banen structureel te creëren. Het werk is er al.
Nieuwe doelstellingen
In grote lijnen moet het doel van het beleid worden om alle Tilburgers
die kúnnen werken ook daadwerkelijk aan de slag te krijgen,
en al het werk dat gedaan moet worden ook werkelijk gedaan te krijgen.
Daarvoor zullen arbeidscapaciteit en werk aan elkaar gekoppeld moeten
worden. In de ruimste zin van het woord: het denken niet meer beperken
tot banenzoekers en vacatures, maar uitbreiden van iedereen tot alles.
Verantwoordelijkheid nemen voor een werkende stad
Als we willen dat iedereen die kan werken aan de slag komt en al het
werk dat gedaan moet worden ook werkelijk gebeurd, zullen we daar ook
onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Blijkbaar is louter de vrije
markt daar niet genoeg voor uitgerust. Dat is een maatschappelijke
taak en het is dan ook niet vreemd dat de gemeenschap als geheel daar
zorg voor draagt. De gemeente, als georganiseerde uitdrukkingsvorm
van die gemeenschap, heeft die verantwoordelijkheid, en als enige de
mogelijkheid om dat te doen.
Zorgt ‘vadertje staat van de wieg tot het graf’ voor alle onderdanen? Nee, dat is een achterhaalde dooddoener. Als gemeenschap stellen we zélf vast wat we belangrijk vinden, wat mensen op individueel niveau kunnen en moeten opnemen (eigen verantwoordelijkheid) en wat mensen samen in georganiseerd verband willen uitvoeren (óók eigen verantwoordelijkheid!). Dat doen we thuis, op school, op het werk, op de vereniging of club en dat doen we ook in de stad.
Verantwoordelijkheid schept verplichtingen
Dit voorstel is niet vrijblijvend. De gemeente is geen winkel waar iedereen
uit kan shoppen wat hem uitkomt, noch is de gemeente zelf een consument
die de krenten uit de bevolking kan pikken. Het voorstel voor een gemeentelijk
werkgarantieplan legt verantwoordelijkheden én de daarbij behorende
verplichtingen op aan burgers én overheid. De gemeente garandeert
dat mensen zinvol aan de slag kunnen en dat het nodige werk gedaan
wordt, en burgers die kúnnen werken kunnen niet meer aan de
kant blijven staan.
Een Tilburgse werkmaatschappij
Concreet stellen wij voor om een gemeentelijke werkmaatschappij op te
richten waar mensen die wel kunnen werken maar niet zelfstandig aan
een baan komen in worden ondergebracht, en die de verantwoordelijkheid
krijgt om taken uit te voeren die moeten gebeuren maar tot nog toe
te veel zijn blijven liggen. Daarnaast kan de werkmaatschappij ook
taken uitvoeren die op dit moment te duur door commerciële bedrijven
wordt gedaan, zonder verdringing op de Tilburgse arbeidsmarkt te veroorzaken.
Mensen die niet volledig kunnen werken of waarvan wij vinden dat die daartoe niet verplicht mogen worden (bijvoorbeeld gehandicapten of alleenstaande ouders met schoolgaande kinderen) mogen op basis van vrijwilligheid deelnemen. Alle andere Tilburgers die langere tijd zonder baan blijven worden bij de werkmaatschappij ondergebracht. Zij krijgen een regulier contract van 38 uur per week tegen minstens het minimumloon. Hierbij wordt zoveel mogelijk geprobeerd om opleiding of ervaring te koppelen aan het werk. Naast werken is er tijd en aandacht voor verdere scholing of activiteiten die kunnen leiden tot een baan buiten de werkmaatschappij. Uitstromen is echter geen expliciete doelstelling.
De werkmaatschappij wordt onder andere gefinancierd uit opbrengsten uit het werk, uit overschotten van het inkomensdeel van de Wwb-gelden (die zullen toenemen omdat mensen in het bedrijf úit de bijstand gaan), in te boeken bezuinigingen op sociale zaken door het afnemen van het aantal klanten, bezuinigingen door goedkoper werk, door eventuele subsidies die voor dergelijke projecten provinciaal, landelijk of Europees aangevraagd kunnen worden en tenslotte waar nodig aangevuld uit de algemene middelen. Bij dit laatste moet ook rekening worden gehouden met niet altijd één op één aan te geven besparingen door sneller onderhoud en meer toezicht.
Het werk dat dit bedrijf moet gaan doen ligt zoals al gezegd bijna voor het oprapen. Te denken valt aan onder anderen aan extra en sneller groen- en grijs-onderhoud, extra toezicht in buurten en wijken, (extra) schoonmaak openbaar gebied, openingstijden wijkcentra, tijdig (sneller) onderhoud gebouwen en speelterreinen, recycling gebruiksgoederen en ‘afval’, sociale activiteiten ouderen en gehandicapten, herstructureren gevaarlijke plekken in buurten en wijken, klussen- en boodschappendienst en een klussenbusdienst voor klein onderhoud aan straten en andere infrastructuur in buurten en wijken. Werk waarvoor uitsluitend gericht opgeleid en zeer gemotiveerd personeel ingezet moet worden valt natuurlijk buiten het werkgebied. Hierbij valt te denken aan onderwijs, kinderopvang of zorg.
Samenvatting
Achtergrond
Doel
Voorstel
Voorbeelden (extra) werk dat blijft liggen
SP Tilburg
10 november 2005
Reageer op het weblog
| Nieuws 2005 | Actueel nieuws | Nieuwsarchief |
| J e . n i e u w s h o n g e r . n o g . n i e t . g e s t i l d ? |
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...